header-jongen bij scheikundeles op het gymnasium felisenum

Mentoren

Elke klas heeft een mentor die de leerling in de gaten houdt. De mentor let niet alleen op schoolprestaties maar ook op het welbevinden van de leerling. Hij is daarnaast het eerste aanspreekpunt bij overleg tussen thuis en school en probeert problemen met schoolresultaten of sociaal-emotionele problemen met de leerling op te lossen. In de eerste klas geeft de mentor ook studie- en mentorlessen, waarin leerlingen een optimale studie-aanpak aanleren en hun plek binnen de school leren vinden. Bij dat laatste krijgen leerling en mentor hulp van een groepje vijfdeklassers die als loodsen voor de eersteklassers fungeren. De mentor is dus de aangewezen persoon om problemen te signaleren en te kijken waar extra begeleiding nodig is.

Tutoren

Bij tegenvallende resultaten voor een bepaald vak kan een leerling hulp krijgen van een tutor, een leerling uit een hogere klas die goed is in dat vak. De leerling spreekt dan buiten schooltijd af om samen op school te gaan werken aan dat vak. Het contact met de tutor wordt meestal gelegd via de docent van het desbetreffende vak maar soms gaat de mentor op zoek naar een geschikte leerling. In de praktijk helpen tutoren vaak met meerdere vakken.

leerling begeleidt 1e jaars bij huiswerk

Decanen

Welk profiel kies ik? Wat ga ik studeren? Gá ik wel studeren? Niet makkelijk, als je al zo vroeg beslissingen moet nemen die gevolgen kunnen hebben voor de rest van je leven. Op het Felisenum helpen twee decanen de leerlingen bij het kiezen van een profiel en een vervolgopleiding.

De decaan onderbouw organiseert in de derde klassen de voorlichting over de profielen en de vakken in de bovenbouw. De leerlingen krijgen tijdens de mentorlessen informatie en opdrachten die hen helpen bij het kiezen van een profiel. Hierbij wordt gebruik gemaakt van DeDecaan.net, een programma waarmee de leerlingen een digitaal portfolio opbouwen rondom hun profiel- en (later ook) studiekeuze.  De mentor voert een persoonlijk gesprek met alle leerlingen over hun profielkeuze. Als leerlingen moeite hebben met hun keuze kunnen ze bij de decaan terecht voor hulp. In het najaar is er een voorlichtingsavond voor de ouders om hen optimaal te betrekken bij het maken van een verantwoorde keuze.

Leerlingen kunnen over het algemeen niet zonder studievertraging hun profiel wijzigen. Het is daarom belangrijk dat de leerlingen de adviezen van de vakdocenten, mentor en decaan ter harte nemen.  Meer informatie over de profielen staat in de brief die de ouders en de leerlingen van de derde klas ontvangen. Die informatie is ook te vinden onder ‘Profielkeuze’ bij de Downloads op de website.

In de hogere klassen (met name vijf en zes) helpt de decaan bovenbouw bij het zoeken naar een vervolgopleiding. Tijdige oriëntatie op studie en beroep is van groot belang. Hoewel voor de meeste studies de mogelijkheid tot inschrijving sluit op 1 mei, geldt voor opleidingen met een maximaal aantal plaatsen een deadline van 15 januari. In deze gevallen baseert het opleidingsinstituut de selectie op de cijfers die in de vijfde klas worden behaald. De decaan begeleidt de leerlingen door middel van gesprekken, hetzij in kleine groepjes, hetzij individueel. Ook organiseert hij externe voorlichtingsprogramma’s en stimuleert hij deelname aan webklassen en andere universitaire studieprogramma’s, die een beeld geven van mogelijke vervolgopleidingen.

Beide decanen organiseren jaarlijks een studie- en beroepenavond voor ouders en leerlingen van de derde tot en met de zesde klas, waar oud-leerlingen een presentatie geven over hun vervolgopleiding.

Loodsen

Om leerlingen in klas 1 zich zo snel mogelijk thuis te laten voelen op het Gymnasium Felisenum, zijn er op onze school loodsen actief: vijfdeklassers die leerlingen uit klas 1 begeleiden gedurende het eerste schooljaar. Ze maken de leerlingen wegwijs in de school en helpen ze met al hun vragen. Daarnaast ondersteunen de loodsen de mentoren bij het organiseren van activiteiten. Op deze manier verkleinen we de afstand tussen leerlingen uit de onder- en bovenbouw.

Loodsen krijgen een aantal leerlingen uit een klas toegewezen en houden regelmatig contact met hen. Met de mentor van de klas bespreken ze wat ze zoal tegenkomen. Leerlingen ‘solliciteren’ naar een functie als loods en krijgen, voor ze aan de slag gaan, een korte training. Tijdens de training worden de taken van de loods besproken en er wordt ingegaan op de mogelijke knelpunten en uitdagingen waarmee nieuwkomers op onze school worden geconfronteerd.

Het loodsensysteem werkt nu enkele jaren en de ervaringen met de loodsen zijn zeer positief. Eersteklassers vinden het fijn al leerlingen in de bovenbouw goed te kennen. Daarnaast vormen de loodsen een goede ondersteuning voor de mentor en is het een leerzame ervaring voor de loodsen zelf.