Interview met Dik Boosman
05-06-2026

Interview met Dik Boosman

Onze leerlingen hebben Dik Boosman geïnterviewd, Felisenumleerling van het eerste uur. Lees onderstaand hun verslag.

Door Lotte Schelfout, Victoria van Breugel, Juliette Meyer-Luesink en Simon Kooiman

Toen het Felisenum net was opgericht en nog maar heel weinig leerlingen had, zat Dik Boosman al op deze school als een van de eersten. De school was toen klein, wat het volgens hem juist gezellig en persoonlijk maakte. Maar zijn verhaal gaat niet alleen over school. Als jong kind maakte hij ook de Tweede Wereldoorlog mee, waarin zijn moeder een bijzondere en moedige rol speelde in het verzet. In dit interview vertelt Dik over zijn tijd op het Felisenum, zijn ervaringen tijdens de oorlog en hoe anders het leven en het onderwijs toen waren vergeleken met nu. Zijn verhaal laat goed zien hoe bijzonder zijn jeugd eigenlijk is geweest.

Toen heel wat jaren geleden de burgemeester van Velsen besloot om een nieuwe school op te richten, ontstond het Felisenum. De school was toen nog heel klein en ze begonnen met alleen een eerste (ong. 15 leerlingen) en een tweede klas (ong. 6 leerlingen). Dik Boosman ging als eerstejaars leerling naar het Felisenum en was daarbij ook de eerste lichting van deze school. Hij vond het een kleine school, maar daarom juist ook weer heel fijn. Hij ging altijd met de pont naar school en die hebben we nu natuurlijk nog steeds! Er was toen zelfs al een schoolvereniging (de Meden Agan) en een schoolkrant (de Olympus)! Schooltoneel was er ook en Dik sloot zich bij al deze activiteiten aan. Helaas had hij hierdoor dan ook minder tijd voor school en was Dik voor de tweede keer blijven zitten in de vierde klas. Daarom moest hij, helaas, van school af. Toch heeft Dik Boosman een hele leuke tijd op het Felisenum gehad en heeft er erg van genoten.

Dik Boosman heeft de oorlog als een kind van vijf meegemaakt. Hij woonde met zijn vader, moeder, vier broers en zussen en oma in Velsen. Toen ze hoorden dat ze snel weg moesten uit Velsen, zijn ze in Amsterdam in een huurhuis gaan wonen. Wat Dik toen niet wist, was dat die huizen makkelijk te huren waren door alle gedeporteerde Joden. In Amsterdam woonde Dik met zijn familie naast een andere doktersfamilie. Helaas werden zij weggevoerd en zijn nooit meer teruggekomen. Dat was het moment dat de moeder van Dik besloot om in het verzet te gaan.
Er was in Amsterdam een beruchte soldaat die het woord genade niet in zijn woordenboek had. Op een dag werd door de soldaat aan de moeder van Dik gevraagd of zij wist waar een Joodse vrouw zich schuilhield. Waarop de moeder antwoordde: “Ja dat weet ik, maar ik ga u niet vertellen waar.” De soldaat was stomverbaasd en vroeg: “waarom zet u het leven van uw hele familie op het spel in plaats van het leven van één vrouw?!” De moeder van Dik zei: ”Omdat zij ook een recht heeft van leven.” Diks moeder werd een hele dag lang opgesloten in een kast. De soldaat haalde haar er weer uit en vroeg nog eens: “Waar is de Joodse vrouw?” En Diks moeder zei weer: ”Dat ga ik u niet vertellen.” De soldaat was van stomheid geslagen en liet haar gewoon gaan. Het was een en wonder dat de moeder van Dik deze bullebak tot zwijgen heeft gebracht. Ook was Diks moeder een van de enigen die levend terugkwamen van de dodenmars. En heeft ze tegen andere soldaten gelogen dat ze niet bij het verzet zat, wat goed uitpakte. Een echte held, dus!

Omdat het Felisenum een relatief kleine school was, was de relatie met de leraren vrij vriendschappelijk. Dit was anders dan op zijn latere school, die groter was en daardoor minder gezellig aanvoelde. De lessen zagen er toen ook anders uit dan tegenwoordig. Zo was er bijvoorbeeld een krijtbord in plaats van een digibord en gaven docenten vaak meerdere vakken. Toch waren er toen ook al gewoon toetsen en schreven leerlingen hun huiswerk op in hun agenda. Na school vond Dik het leuk om verschillende dingen te doen, behalve natuurlijk huiswerk maken. Zo kreeg hij al op jonge leeftijd een grote interesse in auto’s en kocht hij al vrij jong zijn eerste auto. Tegenwoordig heeft hij zelfs een hele verzameling auto’s opgebouwd. Na zijn schooltijd heeft hij nog een tijdje gestudeerd, maar toen bleek dat de kans op een baan klein was, besloot hij daarmee te stoppen. Al met al was zijn schoolperiode heel anders dan die van ons, maar zijn er toch ook een aantal overeenkomsten.